Wintershow KDV Westland 2018…

Zin in.

Dat had ik, als altijd. En met mijn -tegenwoordig- in aantal beperkte stal dieren ben ik gauw klaar welke dieren ingezonden zullen worden. Er zijn meer voordelen. Aldoende was ik de eerste -zo liet secretaris Sjaak me weten- die ingeschreven had voor onze jaarlijks terugkerende wintershow. En de vogelgriep gooide dit keer geen roet in het eten. Vorig jaar ontsnapten we maar nipt. Twee jaar terug sloeg het noodlot dienaangaande toe precies de dag na de najaarsvergadering. Terecht triomfantelijk liet Sjaak nu aan eenieder weten dat er 35 dieren meer ingeschreven waren dan met de vorige editie. Gezien bovenstaande immer dreigende omstandigheden een verdienste van jewelste. Tegenwoordig doen we niet meer aan verzendlabels, en komen je kooinummers digitaal naar je toe. Even kijken. Dit jaar had ik kooinummer 130, 131 en 132. Vorig jaar 129, 130 en 131. Wat in moest houden dat de grote winst van die 35 extra dieren dus niet in de raspelsdieren zaten. Want ook de cavia’s waren qua aantal gelijk aan vorig jaar.

Bewonderenswaardig dat we hoe dan ook toch aan die mooie aantallen zijn gekomen. Want enkele dieren en hun fokkers - mensen waren ook nog eens helaas absent. Al zag ik ook wel fokkers op de tentoonstelling die niet hadden ingestuurd maar toch sportief kwamen kijken. Spijtig genoeg zijn er enkele liefhebbers met de sport gestopt. Wat inhoudt dat sommige rassen nu geen acte de presence meer geven. En dat is jammer. Maar mijn motto is altijd: “Tel wat je hebt, en niet wat je mist”. Kortom, in totaal meer, en menige vereniging kan ons dat niet na zeggen. Woorden van dergelijke strekking bleken ook uit het voorwoord van onze voorzitter in de catalogus.

 

Keurmeesters.

Voor de konijnen waren Patrick Bakker, Rob Pronk en Ilse Hollander - v.d. Kamp uitgenodigd. Laatstgenoemde is behalve A-keurmeester voor de cavia’s tevens als C-keurmeester bevoegd om konijnen te keuren. En dus kwamen ook de Thrianta’s en de Pooltjes voor haar rekening. Dat is mooi. Zeker voor secretarissen is dat een extraatje, en maakt flexibel inzetten een stuk eenvoudiger. Zeker bij verenigingen waar wat minder cavia’s zijn, is het een relatieve dure aangelegenheid om daarvoor apart een keurmeester te moeten laten komen. Alhoewel die veelzijdigheid steeds minder vaak voorkomt. Voor KDV Westland waren er dit keer 17 cavia’s te keuren, niet voldoende in feite om voor een echt volle keuring te zorgen. Niet alleen omdat de combinatie Picolijntjes (en voortaan, dus voorgoed) wegviel. Als gezegd, ook vorig jaar hadden we 17 stuks. Na ampel beraad hebben Peter en Alexandra van genoemde Combinatie besloten de liefhebberij helaas vaarwel te zeggen. Voor de hoenders en dwerghoenders ambteerde Mario Griekspoor en Leo van Wetering. Eerstgenoemde hebben we bij ons al wel vaker aan het werk gezien. En blijkbaar vinden keurmeester het bij ons ook knus, anders komen ze niet terug, toch? Voor de siervogels en oorsponkelijke duiven ook een -om het zo te noemen- bekende recidivist, te weten Jaap van Dorp. Die zich mogelijk al niet meer kon bedwingen en al op de inkooiavond aan het keuren sloeg. De eerste kampioenen waren dus in feite eigenlijk al in kleine gepaste kring bekend. Nog voor we goed en wel waren begonnen.

De sierduiven waren voor rekening van Hennie Schwarz. Die altijd goed geluimd aan het keuren is. Het plezier straalt er dan vanaf. Want laten we dat niet vergeten, ook zij –keurmeesters- doen dat omdat ze plezier hebben in het omgaan met dieren. 

 

Langs de kooien.

Kooien die mooi overzichtelijk waren opgesteld. En het deel van de hal was mooi afgeschermd met afdekzeil. Het bestuur vond het vorig jaar wat killetjes, vandaar deze perfecte oplossing. Op de inkooi-avond kon je nog via de artiesteningang naar binnen, op de andere dagen was het de bedoeliing via de hoofdingang de arena te betreden. En was het de bedoeling de dienstingang annex nooduitgang dus te ehhh… omzeilen.

De grote hoenders voor het overgrote deel tegen de wanden gesitueerd. Dat geeft altijd wat rust, de dwerghoenders daarnaast. En volgens de catalogus als altijd de beginnende partij natuurlijk de konijnen. De cavia’s sloten aldaar de rijen en waren mooi in twee rijtjes opgesteld. Wel nog achter de sierduiven, die daar in twee rijen ervoor de aandacht vroegen. De siervogels en oorspronkelijk duiven achter tegen de andere wand van zeil dus. Aan de overzijde was de C-klasse konijnen bedacht. De ruimte was mooi en gezellig gevuld en het was er aangenaam vertoeven zo met dat zeil en heel praktisch in het hoekje met de terrasverwarmingen. Top.

 

De dieren en de winnaars.

Geheel tegen mijn eigen tradities in deze reeks verslagen zal ik dit keer ook eens een keer wél eens een keer de hoofdprijswinnaars benoemen in de diverse diergroepen. Die ik bij voorbaat nu al meteen allemaal feliciteer, voor zover ik dat op de show nog niet heb gedaan. De verdere details en prijswinnaars laat ik graag aan de secretaris die ongetwijfeld de fraai in druk uitgevoerde catalogus ook weer digitaal op onze verenigingswebsite zal laten doen prijken. Ik sta hier en daar wat langer stil en anderzijds loop ik daarna weer virtueel en digitaal weer wat sneller door om tijd in te halen en sla aldus soms wat over. Sans rancune, soms uw dieren wellicht overslaand in het verslag, waarvoor bij voorbaat excuses. Ze zijn er zeker niet minder om, geloof mij maar.

 

De konijnen.

Nou, dan zijn we kooi 1 meteen bij de eerste winnaar, de konijngrijze Vlaamse Reus aldaar tijdelijk gehuisvest was van Bas Bazuin die daarmee de kampioen jeugd bij de konijnen werd. Laten we er zuinig op zijn, op de jeugdleden, ze blijken vaak nog zeldzamer dan menig ras. Als altijd veel dieren in dit ras in drie kleurslagen. Met evenwichtige predikaten over het geheel. Sommige dieren hadden een petit klein beetje last van een enkel traanoogje, doch in erg lichte mate. Vind je het gek met het wisselvallige weer van de laatste tijd. Geen konijnenweer in elk geval. Keurmeester Pronk liet in de punten dit kleine mankement heel sportief niet tot uitdrukking komen. In de reguliere en C-klasse dus Vlamen in konijngrijs, ijzergrauw en wit. Uit De Lier deze keer behalve Vlamen ook twee bonte Franse Hangoren. We zagen dat ook al op onze laatste jongdierendag, maar dit waren twee andere. Mij konden ze als van huis-uit-hangorenman zeer wel bekoren.

Ook genoeg Weners van twee trouwe fokkers, waarvan Chris van de Lugt tegenwoordig zelfs diep in het Brabantse Reek woont. De Blauwe Holicer is een vrij jong ras in onze sport, en Frans van de Wel had haar zusje, vermoed ik gezien oornummers, al in augustus meegenomen. De vonk is overgeslagen want ik zag dat er van onze voorzitter ook een rammetje in de C-klas zat. Een echt mooie verschijning deze zeg maar mini Blauwe Weners. Alle vernieuwingen zijn immers lang niet altijd verbeteringen en soms vind ik -persoonlijk- het KLN bondsbeleid aangaande erkenningen nogal eens discutabel. Om een voorbeeld te geven, lang heeft ons hoofdbestuur de skinny cavia’s tegen weten te houden, maar mondjesmaat is het nu dan toch voorlopig erkend. Mijns inziens onder druk van de overvleugelende Entente Européenne. Erg jammer, en ik vind dat we als landelijke bond best voor onze eigen identiteit op mogen komen, en niet de oortjes naar Europa laten hangen. Op zulke creaties als bijvoorbeeld Skinny’s bestaat de mogelijkheid dat dierenactivistenorganisaties aangaande dierenwelzijnsoverwegingen helemaal los kunnen gaan, en het is onze taak als onszelf respecterende liefhebberij om dienaangaand zelfregulerend te werken. Het verheugde mij dan ook dat in ons vraagprogramma de genoemde cavia-variëteit speciaal werd vernoemd dat zij NIET werden gevraagd. Zo, dat ben ik dan toch maar effe mooi kwijt. Een puntje van kritiek moet toch kunnen, zo lijkt me.

Behalve de grote rassen zijn de kleine konijnenrassen op onze show natuurlijk ook altijd goed vetegenwoordigd. De Klein Lotharinger gelukkig ook nog steeds dus zij het in afgeslankte proporties. Maar ook Thrianta’s, Klein Zilvers en niet te vergeten de Tan’s. Waar de concurrentie spreekwoordelijk dan moordend is, en het goed te zien is, dat pa van de Meer nog steeds op de achtergrond meespeelt en vooral geniet van dit mooie ras. De Rexdwergen zijn samen met de Nederlandse Hangoor Dwergen een mooie overgang naar de echte dwergen. De hangoortjes in de kleurslag bruin zijn na zijn definitieve erkenning in 2011 nooit echt doorgebroken op landelijk niveau. Jammer genoeg, en vreemd vind ik het nog steeds dat destijds ook de bonte versie in een vloek en zucht meteen ook mee erkend werd, terwijl ze er aanvankelijk niet eens bij waren bij de erkenning. Dat lijkt een beetje op het beleid als bij de cavia’s. Als daar tegenwoordig ergens een kleurslag wordt erkend, dan geldt dat meteen voor de andere variëteiten. Ik vind dat een beetje vreemd beleid. Genoeg kritiek richting KLN. Hoe dan ook, het hier geshowde kwartet bruine NHD’s vond ik er persoonlijk echt fraai uitzien, en dan nemen we dat ene O-tje maar voor lief, temeer daar het ruimsschoots werd gecompenseerd door een mooie F twee kooien verderop. Kleurdwergen zien we helaas steeds minder op onze show. Die er wel zijn -Tel wat je hebt, niet wat je mist- zijn bijzonder te noemen. De Hotôttekening zie je lang niet overal net zo min als de verzilverde varianten.

 

De cavia’s.

Tussen neus en lippen al een beetje besproken. Één inzender minder dus en toch een gelijk aantal dieren. En een evenwichtige reeks door de bank genomen. Met slechts één G-tje, maar ook maar twee F-jes, waren het voor het overgrote deel mooie ZG’s. Streng doch rechtvaardig gekeurd. De Californian aftekening is snel over komen waaien uit Amerika en heeft ook bij onze fokkers zijn plekje gevonden. Zowel Alfred Rozemeijer als bij Daphne Harteveld. Alfred werd zeer verdiend weer diergroepwinnaar met een hele fraaie zwarte gladhaar beer. Uitzonderlijk, want in tegenstelling tot de konijnen zijn het bij de cavia’s juist vaker de dames die de hoogste ogen gooien. Zeker bij de gladharen waar een zachte korte pels wordt verlangd, en die van de beren doorgaans wat stugger is. Daarbij opgeteld dat de koppen van de vrouwelijke cavia’s meestal ook beter van vorm zijn. Zelf houd ik het sinds mijn exit bij de hangoortjes nu voortaan bij de basis van de cavia kleurslagen. En was blij te contateren dat de vorig jaar aangeschafte bloedverversing in goud-agouti zijn vruchten af gaat werpen.

 

De sierduiven.

Tegenwoordig komen die in de catalogus conform de KLN richtlijn vóór de hoenders. Mogelijk anticiperend op de altijd op de loer liggende gevaren van de vogelgriep. 43 stuks sierduifjes is een mooi aantal om toch lekker te kunnen keuren. En je kon aan de predikaten aflezen dat keurmeester Schwarz plezier moet hebben gehad, zoals ik al aangaf. 96 punten voor de winnaar, en dat puntenaantal kwam ik in totaal maar liefst acht keer tegen in de catalogus. Een mooie verscheidenheid aan rassen, die een mooi beeld geven wat er allemaal mogelijk is in deze diergroep van onze liefhebberij. Van Kroppers, Kleurpostduiven -een ras steeds meer in opkomst-, kipduiven, Modena’s, Oud Hollandse Meeuwen, Hyacintduiven, Portugese Tuimelaars tot niet vergeten de Mookee’s. Goed te zien én te lezen dat de gebeden van Dirk de Zeeuw aangaande het juiste aantal o’s en e’s in de spelwijze van dit ras zijn verhoord. Met -niet geheel onbelangrijk- mooie predikaten.

De kampioen bij de sierduiven is echter misschien toch wel verrassend onze secretaris Sjaak van der Salm geworden. Niks te na gesproken aan het adres van de andere liefhebbers. De prijzen zijn mooi verdeeld onder hen. Daartoe lenen de NBS K- en R-prijzen zich uitermate. Vermeldingswaardig was de oude duivin bij Duitse Modena’s van Martijn van de Wel in kooi 165. Net als de altijd fraaie Portugeze Tuimelaars overigens met die fraaie kleurbenamingen.

 

Hoenders en dwerghoenders.

De nieuwe serie op RTL 5 Boxing Stars leek model gestaan te hebben voor deze diergroep dit keer. Veel imposante vechthoenderrassen en aanverwant. En daar hoeven ze niet meteen echt persé groot voor te zijn. Ook bij de dwerghoenders staan deze hoenders hun mannetje, en vrouwtje. De Shamo’s zie je niet op elke doorsne verenigingsshow, maar wel bij KDV Westland dus. De stelling verraadt dat dit ras niet opzij gaat. Dat geldt idem dito voor de Luikse vechtkrielen en de Oud Engelse Vechtkriel, net al de modern Engelse Vechtkrielen. Tel daarbij de Tosa Chibi, die te boek staand als de gespierde kleine kickbokser uit Japan. Staat breed op zijn poten, die kan wel een zuchtje wind hebben.

Naast dit geweld natuurlijk ook oog voor de reguiliere rassen die we vaker de revue zien passeren, zoals de Nederlandse Baardkuifhoenders, Groninger Meeuwen, Lakenvelders, Brahma’s en Australorps. En niet te vegeten ook Barnevelders, Waar de kampioen van de grote hoenders te vinden was in kooi 205. Met een U voor fokker Hoogervorst. Zowaar een predikaat waarvan menig fokker ooit heeft gedroomd maar nooit bewaarheid heeft zien worden. Jaloersmakend, geef ik ruiterlijk toe. Sven Zonneveld’s inzending besloeg bijna een hele pagina in de catalogus. Drie rassen, Vorkwerkhoen, Orpington en Leghorn Nederlands Type in geel en buff. Want dat klaarblijkelijk Sven’s lievelingskleuren. Anderzijds is dat tegelijkertijd ook meteen het mooie aan onze liefhebberij. Je kunt het in alle toonaarden beleven. Op bescheiden schaal of breed uitgemeten. Sommige komen met een kar vol verzendkisten en een ander komt met één mandje met duiven zich melden op de inkooi-avond.

Even verder, de Ayam Cemani heb ik laatste keer besproken in mijn verslag van de jongdierendag. Maar was weer blij verrast dat ze er weer waren. De Hollandse krielen zijn behalve van Sjaak ook het domein van Nic Sosef. En beide treffen elkaar ook altijd bij de Lakenvelders. Naast het eerder genoemde vechtersbaas segment ook Nederlandse Sabelpoot krielen en Hollandse Kuifhoenkrielen. Even een lans breken voor de vechtkrielen. Het schijnen echt niet de valse dieren te zijn als wel eens wordt gedacht of verondersteld. Temperamentvol, maar zeker niet vals. De Wyandotte Krielen hadden in vergelijk met zojuist besproken wél een hele pagina nodig. De kampioen zat echter tussen de Welsumerkrielen van voorzitter Anton van der Kaay. De rijen werden gesloten door de Kleine Siervogels alwaar secretaris Sjaak van der Salm ook de kampioen werd. Schretzmeijer kwam er niet aan te pas, maar sloeg genadeloos toe bij de oorspronkelijke duiven door daar kampioen te worden met een jonge doffer in de Bronsvleugelduiven. Met een fraaie vleugeltekening. De Guineaduif doet daar maar een klein beetje voor onder, maar compenseert dat met wat oogschaduw, zeg maar. Verder viel mij -en anderen- het op dat de blauwe kleur van de nieuwe ringen dit jaar wel heel erg flets is. Ik vond het vorig jaar al beroerd met die fletse kleur geel, vooral bij de hoenders. Mogelijk is er sprake van een andere leverancier? Desondanks kunt u nog steeds uw oude ringen bij mij kwijt hoor, als verzamelaar.

 

Tot slot.

Een fijne tentoonstelling weer, waar menigeen van heeft genoten. En waar naar de mail die we meteen de dag na het onvermijdelijke inkooiem allen ontvingen, ook het bestuur zich niet onbetuigd liet hun blijdschap uit te drukken. En dat is -wat mij betreft, en met mij velen- geheel wederzijds. We zien u bij een volgende gelegenheid.

 

Uw razende reporte, Marco Verbaant.