Jongdierendag KDV Westland en VPKV Vlaardingen 2018

Het weer en taalfoutjes.

We beginnen waar normaliter het nieuws mee eindigt. Het weer. Dat was de laatste weken afzien. Pfff… wat een hitte. Deze dag was heel anders. Ik moest wennen aan het dragen van een lange broek, eerlijk gezegd. Want wij kunnen ons nog kleden al naar gelang. Konijnen echter bijvoorbeeld verdragen koude doorgaans beter dan warmte. Toch sta je te kijken van het aanpassingsvermogen van veel dieren. Ze maken zich minder druk. En op deze dag dus al helemaal niet.

Voor de 4e keer gaven de besturen van VPKV Vlaardingen en KDV Westland ons de gelegenheid in te schrijven voor de gezamenlijke kick-off van het seizoen. Voor volgend jaar een eerste jubileum aangaande deze joint venture. Het  voelt inmiddels al als vertrouwd aan. Een compliment aan beider besturen is dan ook op zijn plaats. VPKV Vlaardingen heeft meen ik me te herinneren al eens in Kleindierenmagazine gestaan. Nu was het de beurt aan KDV Westland (juli 2018). Een stukje promotie om ook op landelijk niveau te laten zien, dat we er zijn. Ik moet helaas bekennen dat ik inhoudelijk het blad de laatste jaren minder ben gaan waarderen, en op grond van het feit dat ik van voor 2004 al lid was alsnog -het klinkt onaardig, realiseer ik me- onder het abonnement uit kon. Neemt niet weg dat dit -op wat taalvoutjes na- inhoudelijk een erg leuk en leesbaar stuk is. Waarbij de verhalen van de individuele fokkers -met de plaatjes erbij- van meer dan toegevoegde waarde waren. Dank aan Sjaak voor het beschikbaar stellen van het blad. Ik begreep dat VPKV Vlaardingen het stuk middels een linkje op haar site ook onder de aandacht heeft gebracht.

Zo, in het verlengde hiervan meteen op voorhand maar even een excuus afdwingen voor de taalfoutjes die ik eventueel in dit verslag heb laten staan. Wel wil ik even Dirk de Zeeuw vermelden in deze context. Hij maakte me er opmerkzaam dat het sierduivenras Mookee met zowel dubbel o als dubbel e dient te worden geschreven. Het foutje schuilt waarschijnlijk hardnekkig in de tt-software die het merendeel van de verenigingen hanteren. Ik zocht het op in vijf oude sierduivenboeken en op diverse sites. Daar kom ik -als ik het ras al genoemd zie- het tegen met dubbel o. Ik geloof Dirk, ook al zie ik op ons aller internet het weliswaar her en der met zowel een als twee o’s geschreven. We spreken af Mookee?

Nu we het over o’s hebben maar even meteen door de zure appel heen bijten. Een predicaat waar niemand van ons fokkers graag tegenaan loopt. En toch gebeurt het ons allemaal wel eens. Uw verslaggever liep er ook tegenaan, de allereerste cavia die gekeurd werd was meteen de pineut. Stom, een uitsluitingsfout als een vouwoortje over het hoofd te zien. We hebben als toekijkende caviafokkers gaande de keuring ons medeleven betuigt aan de keurmeester Pieta Kraaijeveld. Voor haar is het ook niet leuk dit predicaat te moeten laten opschrijven. Bovendien waren de O’s bij de cavia’s reden voor penningmeester Sjaak om te dreigen met een naheffing op het inschrijfgeld. Wij allen -caviafokkers der Westelijke gebieden- beloven plechtig en eerbiedig collectief beterschap. 

De verdere witte was.

Zo, de vuile was is inmiddels meteen maar buiten gehangen. Maar het was de laatste tijd wel weer goed weer voor de was. De witte was wel te verstaan. En de keurmeesters zagen er dan ook bij aanvang weer onberispelijk uit, in hun witte pluimage. Na zo’n keuring kan het een slachtveld zijn soms, en ook echtgenotes van witjurken -oneerbiedig genoemd- zijn niet te benijden. Sommige cavia’s zochten bescherming van hun fokkers en wilden aldus maar al te graag schuilen in de witte jas van eerder genoemde caviakeurmeester. Na er eerst even aan te hebben geknabbeld. Bij de konijnen drie man sterk, pardon twee man en ook hier weer een dame. Anja van Drongelen staat haar mannetje wel tussen de heren Tom van Leeuwen en Piet Huygens. Moet eerlijk bekennen dat ik de voornaam van keurmeester van Leeuwen stiekem heb moeten navragen. De rest kende ik wel. U ziet, we stellen alles in het werk om u hier een gemoedelijke, bijna familiaire sfeer voor te schotelen in dit verslag.

De 151 te keuren konijnen werden eerlijk verdeeld tussen hen. Daar heb je best wat werk aan. Temeer daar er ook op deze dag nog wel eens interactie tussen publiek, fokkers én het keurend elitekorps plaatsvindt. Wie de 32 cavia’s mocht/moest keuren hebben we inmiddels al verklapt. Hoegenaamd een mooi aantal voor een vroege jongdierendag. Menige landelijke show zou ermee in zijn nopjes zijn. Natuurlijk was ook dit keer weer het overgrote deel van inschrijver Alfred Rozemeijer. Straks meer daarover. Voor de 69 hoenders waren voor Jo de Dooij en clubgenoot Anthony van Dierendonck. De grote en dwerghoenders, die u gerust krielen mag noemen, voor het gemak over een hanenkam geschoren. De 58 stuks sierduiven kwamen voor rekening van  Jos van Dorp en Wim vd Wal. Als ik deze aantallen optel kom ik aan 310. Ga er maar aan staan. Waarbij ik me haast om te vertellen dat ik de aantallen stiekem uit de ter beschikking gestelde proefcatalogus heb kunnen destilleren. Wel handig hoor, voor het maken van dit verslag.

We memoreren dat het er iets meer waren dan vorig jaar (301) en net iets minder dan het jaar ervoor 2016 (328). Het geeft aan dat we als verenigingen een rustig kabbelende koers lijken te varen. Zonder euforisch te gaan worden, mag ons dat enigszins geruststellen. En hoeven gelukkig niet de landelijke trend te volgen, in casu de afnemende belangstelling in onze sport. Ik stip maar even aan de vogelgriep die dit seizoen hardnekkig was, en ook de konijnenvirussen zijn nog steeds niet uit de lucht. Wat onze sport er niet makkelijker op maakt.

Ik loop met u zoals inmiddels gebruikelijk de rijen af, waarbij ik me dus kan laten leiden door de genoemde catalogus. En daadwerkelijk ook langs de kooien gelopen te zijn. Om dit rondleiden niet te laten ontluiken in lijden sta/stond ik virtueel niet overal stil. U mag me ontiegelijk op mijn donder geven als ik per abuis uw ras én/of kleurslag dit keer niet heb genoemd. Volgende keer beter, kunt u ook denken.

De konijnen.

Om er zeker van te zijn dat we echt begonnen zijn starten we meteen op met het grootste ras. En hadden we het net over stabiliteit, de eerste rij is steevast voor de meeste fokkers van dit ras ingericht. Althans, voor hun konijnen. Opvallend was het relatief grote aantal 5e maanders zoals we doorgaans de dieren plachten te noemen die in mei zijn geboren. 9 van de 20 hadden een 5 als eerste cijfer in het linkeroor staan. Terwijl de anderen veelal met een 1 of 2 begonnen. Geen Vlamen van Dirk Keizer, die we vanaf deze plek sterkte wensen. Geen Lotharingers ook deze keer helaas. Maar daarvoor in de plaats wel weer een ander groot ras, de Franse Hangoren, waaronder twee bontjes.

De gezinsleden van Gameren zenden ieder op eigen naam in, en het is een ware driestrijd daar thuis. Al gingen de jeugdprijzen aan Jolanda voorbij. Haar grootste verrassing hebben we nog niet gezien. Ik wil het niet verklappen, maar voorspel dat we dit of komend jaar een heel fraaie kleur in dit ras te aanschouwen gaan krijgen uit die hoek. Twee fokkers, Chris en Anton, die als gebruikelijk met hun Weners op de proppen kwamen. Frans van der Wel had dit keer een viertal Rode Nieuwzeelanders terwijl hij vorig jaar tot slechts een enkeling kwam in deze tijd. Terug na even afwezig te zijn geweest de Rijnlanders van Gerard Brouwer. En hoe. 96 punten voor een pracht Rijnlander. En even verderop natuurlijk ook weer zijn Satijnen, die ook in de prijzen vielen. Echt helemaal gloedje nieuw was de Blauwe Holicer van Frans van der Wel. Een ras pas sinds vorig jaar en vooralsnog tot 31 maart 2020 voorlopig erkend. Een ras uit Slowakije al kwam deze gewoon uit ’s-Gravenzande.

Met de letters WL van het Westland in het rechter oor. Een staalblauw konijn dat gekenmerkt kan worden als een verkleinde uitgave van de Blauwe Wener, zeg maar. Het kwam toevallig op Frans’ pad en hij maakte van de uitdaging een feit. Bij de Duitse Hangoren in enkele kleurslagen ook enkele absenten. Welke lege kooien werden opgefleurd in de vorm van twee alleraardigste fluffy dwergen van Manon van der Meer. Daarna de eerder genoemde Satijnen ook weer Klein Lotharingers. Waar we voorheen fikse concurrentie kende. Nu was Cees van der Marel nog de enige. Al weet ik dat in het Westlands Museum ook van zulke rondlopen.

Van der Wel maakt geen verschil onder zijn konijnen en dus ook viermaal de Thrianta. Vervolgens een hele tros Klein Zilvers van twee fokkers. Mijn persoonlijke favoriet is altijd de licht konijngrijze variant. Een enkeling was qua pels nog niet helemaal klaar, maar dat toont bij zo’n Zilver dan ook meteen. Hoe dan ook, het is en blijft prachtig om stiekem zo’n dier even in te blazen. Want ook als onafhankelijk verslaggever mag je zo je voorkeuren hebben, hoor. Drie man sterk voor de Tans. Waarbij nog een hele jonge van de 6e maand in kooi 104. Iets minder Rusjes dan voorheen en de Nederlandse Hangoortjes waren helaas absent. Wie er wel weer was, Gerard Dekker. Met zijn Rexdwergen in de fraaie keurslag castor. Top, fijn. Aan Kleurdwergen hadden we voorheen geen gebrek. In dat kader ik zag ook Wim Noordam weer lopen. De paden waren breed zat voor zijn rollator. Nu moesten we het met iets mindere aantallen dwergjes doen, dus. Waarbij gezegd moet worden dat de verzilverde versies wel erg de moeite waard zijn. Die verzilvering in de midden nuance heeft altijd nog even wat tijd nodig. Minder dwergen is overigens ook niet helemaal waar. Want hebben we altijd wel een Pooltje of wat van Demi van der Marel, nu was er plots een blik van opengetrokken door fokker De Fockert.

De cavia’s.

Als gezegd, een fraai aantal in totaal. En in een mooie verscheidenheid ook, Niet alleen gladharen, maar ook de borstels van Bert Hoogerdijk. Is het bij de normaalharige variant die ik net voor gladharen uitschold de bedoeling een mooi zachte beharing te brengen, bij de borstels moet het juist op dat gebied stug zijn. Beren zijn dan weer wel in het voordeel. Ze waren in het algemeen nu nog wat zacht, maar alleen het feit dat op al die borstels de rozetten op de juiste plek zaten is al het vermelden waard. Goed scoren op beharing doen ook de Satijnen waar er dit keer drie van waren.

Leuk. Mooi ook om te zien dat de california variant zijn intrede doet bij ons. Deze nog pas sinds 2017 erkende kleurslag heeft zijn weg gevonden. Ook bij de familie Rozemeijer. Moet gezegd, dat nieuwigheden als deze niet lang op zich laten wachten. Door internet en snelle nieuwe media is de wereld ook daarin een stuk kleiner geworden. Een schaduw op de extremiteiten die aan Rus doen denken doen het dan ook erg goed op eenkleurige kleurslagen. Ik vond het erg leerzaam om dit nu eens in het echt te mogen aanschouwen in plaats van op plaatjes. Twee van de drie fokkers vielen in de prijzen, en in de O’s dus.

De hoenders en dwerghoenders.

Al zet je deze diergroep helemaal aan het einde van de hal, ze presteren het net zo goed om het afroepen van bingogetallen of winnaars te overstemmen. Het lijkt alsof ze er een sport van maken. De Kraaikoppen met hun mooie kopversierselen gingen van acquit, om er maar eens een biljartterm tussendoor te zwieren. Danny de Vos is een trouw fokker van dit soms wat nerveuze ras. Maar vergeet niet dat het ook voor hen de eerste keer is. Bovendien wordt je zicht als kip enigszins belemmerd waardoor enige zenuwachtigheid wel mogelijk te verklaren zou zijn. Nic Sosef en Sjaak van der Salm streden om de eer bij de Lakenvelders. Bij de Groninger Meeuw was eerstgenoemde de enige. Australorps zijn flinke dieren, maar vallen in het niet bij die Brahma. Ondanks hun grootte een fijn en rustig ras.Niet alleen van good-old Dirk van den Bosch maar ook weer van Rob van de Valk, die de grootmeester aftroefde. We misten echter ook wat andere grote hoenderrassen, die we bijvoorbeeld vorig jaar nog wel zagen. Mogelijk liggen toch ook de gevolgen van de vogelgriep hieraan ten grondslag. 

Heel apart is wel de Ayam Cemani. Een haan en vier hennen. Ik kende ook dit alleen van plaatjes en internet. Waarbij kleurenfoto’s het niet zouden kunnen winnen van zwart-wit foto’s. Het ras is pikzwart van alle kanten en op alle onderdelen. Tot en met de ogen, poten en de kam en lellen. Een kam waar bij een enkeling helaas ook wel eens een vorktand teveel op was te vinden. Ben dan wel weer benieuwd welke kleur eieren ze leggen. Maar kon de fokker zo 1-2-3 niet opsporen om mijn nieuwsgierigheid te bedwingen. Ik houd me aanbevolen voor het aanvullende antwoord.

Nu naar een slag kleiner en dan beginnen we meteen met een super fijn en klein ras, de Hollandse Krielen. Ook hier bestreden -beter: treffen- Nic Sosef en Sjaak van der Salm elkaar weer. Via de Nederlandse Sabelpootkrielen van Piet van der Lugt naar nog meer kuiven in de vorm van het Hollands Kuifhoen die door Danny de Vos in de kooien werden gebracht. Nog steeds Hollands is het dito vernoemde Hoenkriel. Wyandottes zijn maar liefst verkrijgbaar in 25 kleurslagen, weliswaar zijn ze niet allemaal erkend. Hans van de Lugt bracht in elk geval de meerzomige patrijzen mee, en Frans van der Wel de zalmkleur. Mooie kleur, Frans. Vorig jaar had Frans geen Wyandottes op de jongdierendag. Dus mooi dat ze er weer waren. De speciaalclub in ons land schijnt de grootste te zijn van allemaal. Het is dan ook een populair ras. En makkelijk ook voor beginners naar het schijnt. Zijdehoenkrielen die ook populair zijn sloten de rij. Of beter sloot de rij. De hen was in haar uppie.Maar viel wel in de prijzen.

De sierduiven.

Vroeger, maar ook nu nog, stond Den Haag te boek als een kropperbastion. Op onze jongdierendag zagen we er maar eentje deze keer. Niet te verwarren met een ander vogeltje, want deze variant heet Canaria Kropper. Maar het eerder genoemde vraagteken doelde op het feit dat het eigenlijk volgens de speciaalclub SIS, Canario moet zijn. Omdat de Spaanse namen van die rassen volgens Dirk de Zeeuw die letter als laatste dienen te hebben. Maar hoe zit het dan met de Valenciana? Die trouwens er wel wat van weg heeft. Hoe dan ook als kropper wel aanwezig al hield hij wel een beetje teveel zijn snavel terwijl hij thuis veel meer zijn Spaanse temperament laat merken. Ola. De Kleurpostduif is een soort die ook steeds meer opgang maakt. Er zijn veel fokkers die voorheen met de vluchten meededen, en de overstap maken naar showduiven. De King is een typische kipduif, en schijnen amper van de grond te komen. Flinke jongens wel.

Martijn van der Wel is zo vertrouwd en gewend aan zijn dieren dat hij volgens mij was vergeten bij sommige van zijn duiven de kleurslag te vermelden. Frits Persoon bracht drie verschillende kleurslagen van zijn Oud Hollandse Meeuwen, waar ik al eerder dit seizoen een middagje van mocht meegenieten. De mooie, kleine, elegante en tegelijk parmantige Italiaanse Meeuwen waren van dezelfde fokker als de erop volgende Oud Duitse Meeuwen, van Van de Breggen. Die ijskleur, prachtig. Onze veelzijdig fokkende secretaris van KDV Westland had geen konijnen ingezonden dit jaar, maar wel zijn Hyacintduiven. De Portugese Tuimelaars van ook al allrounder Willem Schretzmeijer waren er in overvloed. Oosterse Rollers als altijd van fokker Mabelis en als altijd sluiten we af met de Mooooookee van Combinatie de Zeeuw. Dat was kooi 310, alles gezien.

Graag tot ziens een volgende keer, oké?